KARATE

 

Terug

 

 

 

Karate

 

Karate of karate-do is een zelfverdedigingskunst en vechtsport afkomstig uit Okinawa, Japan.

Een beoefenaar van karate heet een karateka.

 

Het woord karate komt uit het Japans. Het komt eigenlijk van het woord karate-do, wat letterlijk betekent de weg die je volgt met de lege hand.

Karate is een vechtsport maar het bevat alles behalve agressie. Bij Karate gaat het dus niet om het winnen of verliezen, maar om een verbetering van je karakter. Karate mag uitsluitend voor zelfverdediging gebruikt worden en zoals een gezegde luidt: In karate is er geen eerste aanval. Een ander beroemd gezegde luidt: Een vermeden gevecht is een gewonnen gevecht.

 

 

Geschiedenis

 

Over de oorsprong van karate tast men nog in het duister, maar reeds tijdens de Meiji-periode (keizer van Japan 1867–1912). was karate heel bekend bij het Japanse volk.
Oorspronkelijk betekende karate "Chinese hand", in het Japans werd het Chinese teken Tang immers als Kara gelezen. Het Chinese karakter slaat terug op de Tangdynastie. Op het eiland Okinawa is dit dan ook de betekenis die men nog steeds aan de term karate geeft. In 1937 werd de betekenis van karate echter gewijzigd en las men het in het Japans als lege (kara) hand (te). Dit niet in de laatste plaats omdat de Japanners niet op goede voet stonden met de Chinezen en derhalve een verwijzing naar dat land niet wilden erkennen in het karate.

De legende gaat dat zo'n 1500 jaar geleden een boeddhistische priester, Daruma Taishi (ook bekend als Bhodi Dharma), vanuit Zuid-India naar China reisde om er de mysteries van Zen te onderwijzen. In China trok hij zich terug in de Shorinji tempel te Chung Shan in de Honanprovincie.
Daruma's mysteries van Zen waren zeer moeilijk aan te leren en de intense beoefening van soberheid tijdens de opleidingsperiode putte zijn volgelingen zowel geestelijk als lichamelijk volledig uit. Velen die zijn onderrichtingen wilden bestuderen moesten onderweg opgeven. Om deze toestand recht te zetten onderwees Daruma hen in een bepaalde doctrine, de onscheidbaarheid van lichaam en geest (Eki Kinkyo) genaamd, de basis van het Chinese Kenpo. Eigenlijk was dit gewoon een oefening om het lichaam gezond en sterk te houden.

Naarmate de tijd vorderde werd deze doctrine van Chinese zelfverdediging synoniem met de plaats Shorinji. De Shorinji vechtkunst (de Chinese vuist) regeerde in China en kende een bloei van honderden jaren. Geleidelijk aan vond de Shorinji-kunst van de zelfverdediging haar weg naar Okinawa. Hoewel Okinawa een eigen vorm van Kenpo kende (Kumiai jutsu, Bushi-de of Bushi-te)(overigens ook afkomstig uit China), werd de ontwikkeling van het Okinawa-karate zeer sterk beïnvloed door Shorinji.
In Okinawa werd karate eeuwen na elkaar in het geheim beoefend tot het in 1901 opdook als onderdeel van het onderwijsprogramma in de Eerste Middelbare School van Okinawa. Meester Anhou Itosu was de eerste instructeur.

Het was aan deze school dat Meester Gichin Funakoshi zijn opleiding genoot en in 1916 introduceerde hij karate in Japan. Meester Funakoshi was de pionier van het karate en hij zou de rest van zijn leven wijden aan het populariseren ervan.
In zijn voetsporen kwamen er nog andere karatemeesters van Okinawa naar Japan. Het karate kende er een snelle verspreiding en er werden zeer veel karateverenigingen opgericht. Daaropvolgend werden er toernooireglementen opgesteld om van karate een competitiesport te maken. Het mag dus gesteld worden dat karate zijn oorsprong vond in China en van daar geleidelijk zijn weg vond naar Korea, Okinawa en Japan.

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is karate populair geworden in Zuid-Korea onder de naam tangsudo of kongsudo

 

Gichin Funakoshi ( Gichin Funakoshi , 1868–1957) was degene die het karate in het Japanse vasteland in 1921 voorstelde. Zijn zoon Yoshitaka moderniseerde het. Funakoshi werd beïnvloed door Jingen Ryu kenjutsu en andere technieken die hij in andere landen geleerd had. Funakoshi was bekwaam in beide populaire stijlen van het Okinawaanse karate: Shorei-ryu en Shorin-ryu. De studenten die hij onderrichtte, formaliseerden zijn technieken in een stijl die zij Shotokan noemden. Shoto verwijst naar het pseudoniem dat Funakoshi gebruikte en Kan verwijst naar de hal waar de studenten oefenden.

 

Stijlen

 

Bij karate onderscheidt men verschillende stijlen, elk met hun eigen aspecten en regels. De Federation of All Japan Karatedo Organization erkent 4 zogenoemde traditionele stijlen, dit zijn:

Goju-ryu

Shotokan

Shito-ryu

Wado-ryu

 

Daarnaast bestaan nog vele andere stijlen, zoals:

Genseiryu

Isshin-ryu

Kissaki-kai

Kyokushin

 

 

Goju-Ryu is een karatestijl en staat voor hard-zachte stijl. De stijl kent zowel harde als zachte technieken. Om hetzelfde resultaat te krijgen, is de filosofie, hoeft men niet altijd hard aan te vallen; zacht kan soms een net zo goede en soms zelfs betere werking hebben.

 

Shotokan is de eerste en meest beoefende stijl van het moderne karate. Shotokan karate omvat lage standen en harde technieken. Verder wordt er veel geoefend op kihon (basisoefeningen), kata en kumité. De beoefenaars van Shotokan karate hechten veel waarde aan de historische achtergrond van het karate en eren daarmee een lange traditie.

De naam Shotokan werd geïntroduceerd in 1939, toen de eerste karate-dojo werd geopend. Shotokan betekent letterlijk school van Shoto. Shoto, wat pijnbomen betekent, is de dichtersnaam van Gichin Funakoshi. Het ruisen van de pijnbomen gaf hem inspiratie voor zijn gedichten en de rust die benodigd is voor het beoefenen van karate. Deze eerste karateschool werd verwoest in 1945 bij een Amerikaanse luchtaanval.

 

Wado Ryu is een karatestijl en betekent letterlijk de weg van de vrede en is ontwikkeld door Hironori Ohtsuka uit Okinawa. Wado kenmerkt zich door de directheid van de bewegingen, met name het ontwijken van de tegenstander zelf (taisabaki), "het er niet zijn" is een duidelijk kenmerk van wado. Ook tijdens kata's zijn alle overbodige bewegingen achterwege gelaten die enkel voor show zijn, maar geen directe toevoeging geven op de beweging zelf. Een ander kenmerk van de wado-ryustijl is dat veel weringen, Verdediging en aanvalstechnieken hoog (jodan) worden gegeven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld shotokan. De wado stijl kent vijftien officiële kata's.

 

Deze zijn de vijf Pinans: Pinan Nidan, Pinan Shodan, Pinan Sandan, Pinan Yondan en Pinan Godan; gevolgd door tien "hogere" kata's: Bassai, Chinto, Jion, Jitte, Kushanku, Naifanchi, Nisechi, Rohai, Seichan en Wanshu.

 

Genseiryu  is een karatestijl met wortels in het shuri-te, één van de drie oorspronkelijke karatestijlen op Okinawa (een Japans eiland). Het is ontwikkeld door Seiken Shukumine (1925-2001) die klassieke technieken combineerde met zijn eigen technieken en zo de speciale karakteristieken van het genseiryu creëerde. Sensei Shukumine had in zijn leven twee leraren, Sadoyama en Kishimoto. De naam genseiryu werd voor het eerst gebruikt in 1953. In het Japans bestaat de naam uit drie verschillende karakters of ideogrammen (kanji).

Het eerste karakter is gen  en heeft betekenissen als 'mysterieus', 'universum' maar ook 'een subtiele en diepe waarheid'. Het tweede is sei  en die laat zich vertalen in 'controle', 'systeem', 'wet' of 'regel', maar ook in 'vormgeving'. Het laatste teken is ryu  en betekent 'stijl' of 'school'. De combinatie gensei  zou kunnen worden vertaald als controle over het universum. In deze combinatie wordt de betekenis zoiets als het najagen van de diepe waarheid en het verduidelijken ervan door de vorm. Dit kan zowel fysiek als spiritueel worden opgevat.

 

Isshin-ryu is een stijl van Okinawaans karate die gecreëerd is door Tatsuo Shimabuku. Ook in Nederland wordt deze stijl onderwezen en er worden zelfs Nederlandse isshin-ryu kampioenschappen gehouden. Hoewel isshin-ryu voor een groot deel een samensmelting is van goju-ryu, shorin-ryu en kobudo is het op een aantal punten duidelijk verschillend van andere vormen van karate; zo wordt bijvoorbeeld een vuist anders gevormd dan de traditionele karatevuist en worden bij armblokkeringen beide armbeenderen ingezet in plaats van één.

De officiële isshin-ryuorganisatie is de Isshin-Ryu World Karate Association. Aan het hoofd hiervan staat Kichiro Shimabuku, 10de Dan en zoon van Tatsuo Shimabuku. Er zijn echter vele andere isshin-ryuorganisaties, waaronder de OIKKA die opgericht is door Tatsuo's schoonzoon Angi Uezu.

Naast ongewapende kata's, bo-kata's, sai-kata's en tuifa-kata's kent isshin-ryu ook enkele trainingsoefeningen om de basistechnieken onder de knie te krijgen en te onderhouden.

 

Kissaki-Kai is een stijl van de Japanse vechtsport karate. De stijl werd uitgevonden door Vince Morris, in Groot-Brittannië in 1993. De stijl kenmerkt zich door de klemtoon op de praktische toepassingen in plaats van het oefenen op stijl, waarmee ze zich afzetten tegen Shotokan. Door deze klemtoon worden de kata's ook vrijer geïnterpreteerd. Hoewel karate in essentie een verdedigingssport is, wordt in deze variant veelvuldig gebruik gemaakt van zenuwpunten, om een maximaal effect te sorteren. De naam van de stijl, Kissaki-Kai, is afgewogen en gekozen als voorstelling van de kwaliteiten van de stijl. Een "kissaki" is namelijk het snijdende blad van de uiterste tip van een katana, een samoeraizwaard. De filosofie hierachter is dat het zwaard de ziel van de samoerai was, een object dat zowel mooi als dodelijk efficiënt is, een fusie van harmonie en nut. Net zoals een katana gesmeed wordt in water en vuur, zo moet de karateka in de dojo uitdagingen en tegenslagen overwinnen.

 

Kyokushinkai karate (ook wel Kyokushin karate of simpelweg Kyokushin) is, net als andere karatestijlen, een van oorsprong Japanse vechtkunst. De uitvinder van dit systeem is Masutatsu Oyama.

Mas Oyama werd op 23 juli 1923 in Zuid-Korea geboren in een klein dorpje vlakbij Gunsan.

 

Japanse karakter voor karate

 

 

 

Daruma Taishi

 

 

 

Kenpo krijger

 

 

 

 

Gichin Funakoshi

 

 

 

 

Hironori Ohtsuka

 

 

 

 

De Shorinji vechtkunst

 

 

 

 

Vince Morris

 

 

 

Masutatsu Oyama.